Op het eiland Sporenburg, schuin tegenover ‘De Parels’ van het KNSM-eiland zal over niet al te lange tijd een gebouw verrijzen dat de skyline van het Oostelijk Havengebied doet bijschrijven in de annalen van de wereldlijke skylines van belangrijke steden. Wij Zeeburgers, eilanders bij uitstek, krijgen een immens groot boven alles uittorend ‘Fountainhead’ cadeau. Daar hoeven wij in principe niets voor te doen; waarschijnlijk wel iets voor te laten, ofschoon! Een eeuwige bron van inspiratie voor wie het kan zien en ervaren en voor wie zich wil laten voeden door de kracht van het vooruitstrevende liberalisme.
Alissa Zinovievna Rosenbaum, beter bekend als Ayn Rand, werd op 2 februari 1905 te Sint-Petersburg geboren en stierf op 6 maart 1982 in New York. In 1926 kreeg Ayn een visum om haar familie in de Verenigde Staten te bezoeken. Daar werd zij gegrepen door de skyline van the Big Apple. Vaak laat zij zich hier in lyrische bewoordingen over uit: “The sky over New York and the will of man made visible. What other religion do we need? I feel that if a war came to threaten this, I would throw myself into space, over the city, and protect these buildings with my body.”
Rand liet de theorieën van Aristoteles weer herleven en onder invloed van haar bewondering voor het kapitalisme ontstond haar eigen theorie. Door de jaren heen verwierf Rand faam en kreeg zij het predikaat ‘grote filosofe van het Objectivisme’ toegekend. Haar boek The Fountainhead (1943), geïnspireerd op de Amerikaanse architekt Frank Lloyd Wright en een wereldwijd succes, werd in 1949 verfilmd met in de hoofdrol Gary Cooper.
Zittend op één van de drie bankjes, aan de voormalige ertshaven, waar over niet al te lange tijd ‘Fountainhead the building’ gebouwd zal gaan worden, stel ik me voor hoe Ayn Rand dit zou hebben ervaren. Zeker niet als een negatief aspect voor onze buurt. Ze zou trots geweest zijn op de liberale insteek van het stadsbestuur en het lef van de ondernemers. Ze zou ontspannen haar sigarettenrook hoog de lucht inblazen en daarboven waar de wolken overgaan in het azuurblauwe laken van de eeuwige roem haar gedachten over vrijheid van een goed functionerende ‘civil society’ weerspiegeld zien in het water van het IJ dat als stille getuige de bouw van ‘Fountainhead the building’ zal volgen.
Voor mij als bewoner van een verderop gelegen straat zal het niet zo bijster veel uitmaken. Bij een wind uit noordelijke richting zal het heiwerk mij elke ochtend wakker maken; ochtendstond heeft goud in de mond! Een doorkijkje minder tijdens mijn dagelijkse wandelingen op dit wonderbaarlijke stukje aarde dat Zeeburg heet, dat ook. Daar tegenover staan de wereldlijke uitstraling van een meer dan spannende ‘skyline’, meer betaalbare woningen in wat zo fraai heet het middensegment en een minstens zo belangrijk punt, de lagere school een onontbeerlijke aanwinst voor dit levendige stadsdeel.
Het plan heeft nogal veel kritiek gehad van buurtbewoners die nabij het toekomstige ‘Fountainhead the building’ resideren. Dit doet mij enigszins denken aan de bouwgeschiedenis van het Paleis op de Dam, oorspronkelijk gerealiseerd als stadhuis tussen 1648 en 1665, dat werd gebouwd op een schaal die voor Europa destijds als uitzonderlijk gold. Het werd het grootste niet-religieuze gebouw en dus een belangrijk symbool van het vrijzinnige Amsterdam. Van oudsher stond Amsterdam bekend als een veilige haven voor mensen van alle gezindten. Het stadhuis, ook wel het “achtste wereldwonder” genoemd, werd de parel in de kroon van Amsterdam. Het gebouw moest de rijkdom en het aanzien van de stad Amsterdam weerspiegelen. De architect Jacob van Campen liet zich, zoals een waar humanist van zijn tijd gewoon was, inspireren door de Romeinse bestuurlijke paleizen.
Het stadhuis is nu één van de belangrijkste historische en culturele monumenten van de Hollandse Gouden Eeuw.
Destijds was er fel verzet tegen de bouw van het nieuwe Stadhuis op de Dam. Men vond het geldverkwisting en er moesten nota bene 80 woningen in de directe omgeving voor gesloopt worden. Toch heeft het stadsbestuur toen besloten om het stadhuis te bouwen en als ik nu over de dam loop, kan ik mij deze plek zonder het voormalige stadhuis niet meer voorstellen.
Zo zal het ook gaan met ‘Fountainhead the building’. Over pak weg drie decennia staan onze kinderen, die nu geboren worden, op de strekdam en turen zij over het IJ. Zij weten niet beter dan dat “Fountainhead the building’, waar zij geboren zijn en waar nu hun kinderen geboren worden en naar school gaan, er altijd heeft gestaan. Wellicht begrijpen ze niet veel van het oorspronkelijke verzet van de omringende bewoners, dat uiteindelijk is omgeslagen in bewondering en dankbaarheid.
Laat ik column afsluiten, als inspiratie voor alle betrokkenen, het stadsbestuur, de bouwers en de burgers, met de slotzinnen uit Joost van den Vondels’ Inwijdinghe van het stadhuys uit 1655.
Dus bloeit d’ olijftak blij, te water en te lande.
De Zeven volken, alle uit éénen Duitschen stam,
Bekennen, dat hun heil, van God en Amsterdam,
Gelijk een morgendauw en zegen, neêr komt vallen.
Zij eeren nu, om strijd, de Wijsheid, daar dees wallen
Op wassen, in hun ronde, en sterken ’s lands gezag.
Zij wenschen, dat ze nooit van ’t Raadhuis scheiden mag,
Maar kronen dezen bouw met titelen en namen
Van Heeren, die hun stoel en kussen niet beschamen.