“Kom hier vooral heen om plaatjes te schieten. Het is hier een bonte verzameling van wit wintervlees”. Dat schreeuwde een eloquente man, gekleed in legerbroek -zelf niet verspeend van wit wintervlees- boven het geroezemoes van de mensenmassa uit naar zijn mobiele telefoon en er was geen woord van gelogen. Tijdens de opening van het Blijburg strand, een eindje minder afgezonderd dan de vorige locatie, zat het tjokvol mensen die voor het eerst in het jaar een serieuze hoeveelheid zonnestralen opvingen.
Het meest medelijden-wekkende van het Amsterdamse strandtafereel was de blijburg-bever. In een pluche dikke vacht gehuld liet hij/zij zich bij een temperatuur van boven de twintig graden, foto’s met opgeschoten twintigers welgevallen. Nummer twee in de meelij-lijst was de tafel met schragen waar een stuk of tien HBO-studenten op zaten teneinde mede-studenten te scouten, en die onder het gewicht bezweek. Op nummer drie staat ondergetekende, tijdens het verrichten van onderzoek naar de waterkwaliteit.
Afgezien van een handjevol kinderen waren er maar weinig badgasten in het water. Er werd veel krijgertje gespeeld maar niemand was echt aan het zwemmen. Kleinschalig onderzoek wees uit wat hier de oorzaak van was. Het water was steenkoud!! Meest gehoorde excuus van weigerachtige moeders, op de gewetensvraag van hun kroost een stukje mee te zwemmen, was dan ook “Maar er moet toch iemand op de tas letten.”





