In het kader van een actie van de SP schreef zelfstandig publicist Herman Vuijsje, auteur van Schuifgroen; een wandeling langs de rand van Amsterdam, bijgaand artikel over de Strekdam:
...... Vlak voor de A10 slaan we linksaf, daarna rechts de IJdijk op, waar we al gauw Kaap Kot zien liggen, het café-restaurant aan de frontier van de stad dat als buitenpost fungeert voor trendy Amsterdam. Vóór ons zien we de twee kilometer lange strekdam in het Buiten-IJ, het laatste stukje van onze wandeling. We willen het moment van aankomst nog even uitstellen en drinken koffie temidden van het beschaafd geroezemoes over projectfinanciering, scenariovoorstellen en pr-beleidsplannen.
De strekdam van Zeeburg het Buiten-IJ in is ruim honderd jaar geleden aangelegd om de vaargeul naar de Oranjesluizen te beschermen. Aan het eind van de dam kwam het Amsterdamse riool uit. Daardoor was het ook een van de beste plekken van Amsterdam om paling te peuren, heeft Martin Melchers ons verteld. Maar dat is eigenlijk een veel te prozaďsche opmerking voor deze magische landtong, die zich met een sierlijke bocht het water in krult.
Als jongetje zag ik hem liggen, wanneer we met onze zeilboot de Oranjesluizen waren gepasseerd en het Buiten-IJ opvoeren om te gaan ankeren bij Pampus of aan te leggen in Durgerdam. Het was een plek om naar te kijken, niet om te betreden - ik wist niet eens dat dat kon. Die dam was daarvoor te geheimzinnig; het was een andere wereld, ontoegankelijk voor mij, voor mensen - dat hoorde zo.
En die sfeer hangt er nog steeds. Tussen de basaltblokken wisten zich bomen omhoog te worstelen, waardoor de dam een monumentale essenlaan is geworden - een bospad de zee in. ‘s Zomers lijkt het een holle weg, de kruinen van de essen nijgen naar elkaar toe. Het zijn er zo’n honderd, allemaal spontaan opgeschoten. ‘Het is een knoestige variant geworden, omdat ze zich moeten verweren tegen de elementen,’ zegt Martin Melchers, ‘zoals kruiend ijs in de winter.’ Hij kent een plantenspecialist die dit ‘een gaaf voorbeeld van een aanspoelselruigte’ vindt. Je vindt er bijzondere ‘aanspoelselplanten’, zoals engelwortel, stinkende balotte en heemst - een zoutwaterrelict.
Opmerkelijk is dat de dam er brandschoon bij ligt. Halverwege begrijpen we waarom: er ligt een boot afgemeerd, de Kees, van de firma De Vries uit Werkendam. Mannen sjouwen vuilniszakken aan boord. We blijken de dag te hebben getroffen van de jaarlijkse schoonmaak in opdracht van Rijkswaterstaat, de eigenaar van de dam. ‘Normaal doen we dit niet hoor,’ zegt de aanvoerder van de schoonmakers. ‘Normaal lassen we stalen damwanden.’
Verder komen we op de strekdam alleen een stel wandelaars en een fietser tegen. De rust lijkt eeuwenoud en heeft bijna iets ongeloofwaardigs. Tegen het eind houden de bomen op. Een strandje en een baken, verder niks meer. Rechts vooruit drijft Pampus op een nevelstreep. Als ik heel oud ben en der dagen zat, ga ik hier op een winteravond naar toe en loop ik gewoon door.
Verder kunnen we niet komen op de reis langs de wanden van ons woonvertrek. Dit is de uiterste hoek van onze huiskamer. We draaien ons om, kijken naar de stad en zijn gefrappeerd. Links en rechts zien we twee totaal verschillende beelden - de twee aangezichten van Amsterdams buitengrens.
Aan onze rechterhand het Buiten-IJ met het stille vuurtoreneiland en de rietoevers van IJdoorn. Durgerdam is een lage streep - het lijkt verder weg dan ooit, verlaten aan een kale dijk. Daarachter het grazige Waterland met nog net het silhouet van Ransdorp.
Links van ons één en al actie. IJburg skyline, met zandhappers en enorme hoogladers die af en aan rijden. De flats van Diemen, de torens bij het Amstelstation. Oostelijker het PEN-eiland met de elektriciteitscentrale. Verstildheid en hectische bouwwoede - nergens heb je een beter zicht op deze twee persoonlijkheden van de stadsrand. De strekdam lijkt wel aangelegd als een messcherpe scheiding tussen yin en yang van het grensgebied rond Amsterdam.
En de strekdam zelf? Er waren plannen om hem tot onder het wateroppervlak af te graven. Deze geheimzinnige zeeweg naar het verre oosten van de stad belemmerde volgens de IJburg-ontwerpers de ‘zichtlijnen’ vanuit hun nieuwe wijk. Dus luidde het devies: oprotten met die ouwe dam.
Kritiek kwam van Rijkswaterstaat. Die vond: de dam moet blijven om de vaarroute naar de Oranjesluizen te markeren. Ook stadsecoloog Martin Melchers mengde zich in het debat. De strekdam is een steppingstone voor de ringslangen naar de Diemerzeedijk! Bovendien, zegt hij, ontneem je door het afbreken van die dam de bescherming aan de kinderen die straks bij IJburg met hun bootjes en surfplanken in het water dobberen. ‘De beroepsvaart blaast meteen als ie de Oranjesluizen uitkomt voluit richting Lemmer,’ zegt Melchers. ‘Dat geeft golven van één, twee meter hoog. Volgens mij verzuipen die kinderen straks als ratten.’
Hij vindt het beter dat de dam blijft liggen met een paar stukken eruit. De overblijvende stukken kunnen dan worden verbreed tot ‘natuureilandjes’. Ook andere natuuraanhangers zien wel wat in dat idee. Maak er nieuwe natuur van, met gaten ertussen, zodat er geen mensen op kunnen. Dan moet wel het ‘begroeisel’ weg, want daar houden de beoogde soorten vogeltjes niet van. Dus: omzagen die prachtige essenlaan, zodat je een paar stukjes kale strekdam met vogels overhoudt.
De IJburg-ontwerpers hebben geen bezwaar: zo’n kale dam zou hun geliefde zichtlijnen niet aantasten. En de recreatielobby, nog weer een andere belangengroep die zijn klauwen naar de dam uitstrekt, vindt alles best zolang die gaten er maar komen. Aan de westkant van IJburg, in de IJburg Baai, komt een jachthaven en van daaruit moet een snelle en veilige doorvaart naar de Oranjesluizen mogelijk zijn.
Zo is de stand van zaken op het ogenblik. Hello woningbouw plus nieuwe natuur, goodbye uniek cultuurhistorisch monument dat door de jaren heen zijn eigen weerbarstige vorm van natuur te voorschijn perste. Hoofdargument: de zichtlijnen vanuit de nieuwe wijk. Maar de strekdam, met die melancholieke krul, is zelf de mooiste zichtlijn die er is. Gezien vanaf het Zeeburgereiland, maar ook vanuit Durgerdam. De eerste dag van onze wandeling zagen we hem in de verte liggen als een perfecte anti-zichtlijn naar IJburg. Met de contouren van die elzen is het een volmaakte Japanse prent.
Van alle kanten staan belangengroepen de strekdam naar het leven. Allemaal willen ze iets veranderen: iets ontwerpen, bouwen, doorgraven of aanplempen, zoals dat gaat in Nederland. Maar wie komt er op voor de dam zelf? Wie zet zich in voor iets moois dat simpelweg het behouden waard is? Barbaren! Laat in Nederland eens een keer iets met rust!
Foto boven: Astrid Kuiper,
Foto onder: Kaap Kot.





